Lotte Stoops speecht op Irisfeest
08 Mei 2026
"Brussel moet méér zijn en blijven. Brussel is creativiteit. Brussel is solidariteit. Brussel is mensen die dingen dóen."
Lotte geeft op het Irisfeest als ondervoorzitster van het parlement een toespraak. Die lees je hieronder.
"Beste allemaal in al uw hoedanigheden, met al uw competenties, competities en al uw talenten
Maak u geen zorgen, ik heb dit jaar geen verrassingsact uitgenodigd.
Vorig jaar heb ik Brussel, op haar feestdag, zelf aan het woord gelaten en dat was in de vorm van dichter Farbod Fathinejad.
Een Brusselaar uit Iran, die in de huidige geopolitieke toestanden en wetende dat we onze feestdag delen met het vieren dat we dachten het fascisme overwonnen te hebben, een Brusselaar uit Iran dus, die ook vandaag zinnige dingen te zeggen zou hebben gehad.
Geen dichter, wel een nieuwe regering.
Als nieuw collectief, jullie eerste Irisfeest.
Volgend jaar zelfs nog een groter feest wanneer de Brusselaars hun Brussel kunnen beleven als hun living, daar waar zij thuishoren, met een extra autovrije zondag.
Beste allemaal, deze regering had er veel vroeger kunnen zijn.
Het was ongezien en hopelijk zullen we dit ook niet meer zien. Dit mag niet meer gebeuren. Want de mensen in onze stad moesten verder. Het middenveld moest verder. Organisaties die werken met Brusselaars hebben niet gewacht. Zij zijn blijven zorgen, werken, verbinden en naar oplossingen zoeken.
Dit mag niet meer gebeuren. En vooral, hoe maken we van deze woorden, daden? Wellicht door te beginnen met onszelf de vraag te stellen wat het eigenlijk betekent, die "dit mag niet meer gebeuren"?
Betekent het dat we sneller moeten zijn? Efficiënter? Andere systemen bedenken? Misschien. Maar liefste collega’s gaat dit niet dieper? Gaat het niet over hoe wij naar elkaar kijken? Hoe wij spreken? Hoe wij verschil verdragen, of net niet meer verdragen?
Want als iets pijnlijk duidelijk is geworden de voorbije periode, dan is het dat we steeds slechter worden in het samen oneens zijn, in het georganiseerde meningsverschil.
We luisteren minder en reageren sneller. We begrijpen minder en veroordelen sneller. We zoeken minder naar wat ons verbindt en benadrukken steeds vaker wat ons scheidt. En dat sijpelt door in alles. In debatten. In beleid. In hoe we over mensen spreken. En uiteindelijk ook in hoe we beslissingen nemen.
Ik heb hier vorig jaar een tekst voorgedragen uit het jaar 1935, van Johan Huizinga. Over een wankele wereld. Over dingen die vroeger vast leken te staan en het nu niet meer zijn. Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij.
Sla vandaag een krant open, en iedereen weet waarover het gaat.
Het gaat niet alleen over mensenrechten die worden geschonden. Het gaat over politici die ermee uitpakken. Die ermee campagne voeren. Die er trots op zijn. We kijken met open mond naar wat er in Amerika gebeurd, maar ook hier, in Brussel, in ons land, maken we ons schuldig.
Het gaat over burgemeesters die onze jongeren een "olievlek" noemen. Het gaat over woonstbetredingen. Over mensen beschrijven in aantallen, in percentages, in gevaren. Over altijd sneller, altijd meer, altijd meer het eigen gelijk.
Is dat wat we willen voor Brussel?
Ons Brussels systeem is niet eenvoudig, ok, maar we delen deze stad, deze geweldige stad, met al haar troeven, haar talen, haar pleinen, straatjes, parken, haar jeugd vol potentieel en grinta, haar mensen die elke dag opstaan en iets maken met wat ze hebben, haar kunstenaars die de wereld naar Brussel doen kijken, haar ondernemers die noest verder werken, haar leerkrachten die investeren in kinderen die de stad nog zullen dragen lang nadat wij hier niet meer zitten.
Brussel moet méér zijn en blijven. Brussel is creativiteit. Brussel is solidariteit. Brussel is mensen die dingen dóen.
Wij hier, in dit halfrond, dragen de verantwoordelijkheid voor de toekomst van ons gewest. De taal die we daarbij gebruiken is niet onschuldig, integendeel. Ze bepaalt hoe we aan politiek doen. Hoe we naar de wereld kijken en hoe we die wereld vormgeven. Ze bepaalt ons beleid. Woorden maken werkelijkheid.
Als je lang genoeg zegt dat bepaalde mensen niet genoeg zijn, gaan mensen dat geloven. Als je lang genoeg zegt dat zachtheid zwakte is, als je lang genoeg zegt dat Brussel een probleem is, vergeet men dat Brussel een kans is, dat Brussel met verve een laboratoriumfunctie vervult voor alle andere stukken België en zelfs voor de wereld.
Brussel is met haar innovatie, haar internationaliteit, transversaliteit, meerstemmigheid en haar experimenteren met nieuwe vormen van democratie ... dé proeftuin waar anderen de vruchten van kunnen plukken.
En ook wij mogen zelf niet vergeten om te oogsten. De goeie zaadjes verder te planten. De hoge bomen op een gezonde manier te snoeien zodat er meer naast mekaar kan groeien. Nu ik volledig in de natuurmetaforen zit, sta mij toe een gezonde democratie te vergelijken met permacultuur. Dat is binnen de landbouw een ontwerpmethodologie, gebaseerd op een filosofie van werken met in plaats van tegen de natuur.
Het accent ligt bij permacultuur niet op op zichzelf staande elementen binnen een systeem, maar op hun onderlinge relaties en op een verstandige plaatsing en ordening ervan. Basilicum groeit bijvoorbeeld zeer gemakkelijk naast tomatenplanten. En die combi vind je dan weer terug in de Italiaanse keuken.
Bij de permacultuur wordt het geheel gezien als meer dan de som der delen. En zo zou ook onze democratie moeten zijn.
b Democratie is het systeem waar ook de stille stem gehoord wordt. De stem van wie niet op de voorpagina staat. De stem van wie geen lobbyist heeft. De stem van wie wacht. Die stem is ook, en misschien vooral onze verantwoordelijkheid.
Ik nodig jullie uit om daar misschien nog eens over na te denken als je deze zomer een verfrissende Caprese bestelt, een slaatje met mozarella, tomaat en basilicum.
En wellicht krijgen we dit samen weer opgestart met iets kleins. Met een kleine verschuiving. Met een andere toon. Een ander gebaar. Een ander soort aandacht. Een andere taal.
De Huizinga waar ik het daarnet over had, heeft ons niet enkel “gewaarschuwd”, hij schreef nadien ook een boek over “de kansen op herstel” van onze beschaving.
En als u dacht er vandaag van af te komen zonder een gedicht, dan heeft u verkeerd gedacht. Want ikzelf blijf in kunst en cultuur kansen op herstel zien.
Ik sluit mijn speech graag af en ik zet onze Brusselse feestdag graag in met Andrée, met twee é s, dus een vrouw, Chédid, poétesse franco-égypto-libanaise. Als mijn bijdrage voor de andere toon, gebaar, aandacht en zelfs een andere taal:
J'ai ancré l'espérance
Aux racines de la vie
Face aux ténèbres
J'ai dressé des clartés
Planté des flambeaux
A la lisière des nuits
Des clartés qui persistent
Des flambeaux qui se glissent
Entre ombres et barbaries
Des clartés qui renaissent
Des flambeaux qui se dressent
Sans jamais dépérir
J'enracine l'espérance
Dans le terreau du cœur
J'adopte toute l'espérance
En son esprit frondeur."