17 apr 2020

Opinie: Achter de Brusselse gevels huist een ander perspectief (Lotte Stoops)

Foto: Herman Sleebus

In de Brusselse kanaalzone, toverden we in 2016 als gemengd allegaartje bewoners een stuk vergeten groen om tot dé ontmoetingsplek van de buurt. We noemden het ‘Au Bord de l’Eau’ en het werd een kruispunt van wereldbeelden, kansarm, kansrijk, religies, leeftijden en talen.

Het werkte omdat bijna iedereen een tekort had aan groen. Het werkte omdat bijna alle appartementsbewoners hun kinderen ook eens buiten wilden laten spelen. En voor de grotere, armere gezinnen was het vaak de enige plek waar ze ‘geraakten’, letterlijk. De logistieke uitdaging van een moeder met vier kleine kinderen met enkel een buggy als transportmiddel, hoeft geen betoog.

Op dit moment ligt de plek er verlaten bij. De meerderheid van de buren zit binnen zonder ook maar één voet buiten te zetten. Het mag niet. Ze volgen Franse zenders en nemen hun nog strengere maatregelen aan als de onze. Ze durven niet. Daar heeft de intergenerationele werkelijkheid iets mee te maken. Vele gezinnen nemen hun eigen grootouders in huis op, hun kwetsbaren zijn dichtbij. En dus spelen de kindjes binnen. Zonder computers om huistaken te maken. Je moet je de ‘lockdownvakanties’ eens voorstellen als je met zes op 70m2 woont.

De kinderen van ‘those who are better off’ zitten ook binnen terwijl hun ouder(s) de zoveelste televergadering bijwoont. Op hun terras zien ze namelijk hun ‘games’ niet op de zonovergoten schermpjes. Maar dan, hoera, alleenstaande mama moet even niet werken, hop naar een van de verder gelegen parken! Kindjes ontwaren van ver hun even bevoorrechte klasgenootjes. Snel maar uitbundig zwaaien, niet voetballen, geen paar minuten zitten, in beweging blijven. “Anderhalve meter!” roepen mama’s en papa’s met meer stress dan rust. En toch spat het voorrecht ervan af. Omdat we beseffen dat we bij de gelukkigen zijn voor wie de weg naar ‘iets verderop’ toegankelijk is.

Minister Elke Van den Brandt liet al enkele straten sluiten voor gemotoriseerd verkeer zodat de broodnodige ademruimte voor meer Brusselaars ook dichter bij huis kwam. Eerste dorstlessers. Hopelijk zou het nieuws van de federale overheid de dorst kunnen laten verdwijnen. We keken allemaal op onze manier uit naar woensdag. En daar kwam het: ‘Om de verlenging draaglijk te maken, is beslist dat tuincentra en doe-het-zelfzaken open mogen onder dezelfde voorwaarden als de voedingswinkels.’ Draaglijk houden als criterium. Echt? Als ‘draaglijk houden’ het criterium is, dan stel ik voor dat wie geen tuin heeft langer dan 3 minuten op het gras mag zitten in het park. Dan stel ik voor dat we die tuincentra massaal gaan leegkopen, de lege straten in Brussel uitbreken en vol zaaien met eetbaar goed. Zo kunnen we ook op langere termijn de meest kwetsbare mensen voeden en de lokale economie aanzwengelen met lokale arbeid.

Ik zou nog drie pagina’s kunnen vullen met mijn ideaal wereldbeeld. Maar mijn ideaal is niet ieders ideaal. En daar gaat het nu net over. Je moet ‘verschil’ een plek aan tafel geven om andere kleuren licht over de realiteit te laten schijnen. Een inclusief beleid is geen zotte eis. Het is een drieste noodzaak om tot rijkere oplossingen te komen bij het opbouwen van je maatschappij. Iedereen kan zich laten vangen aan onbewuste vooroordelen, ook de beste Nationale Veiligheidsraad. Ze weten niet beter vanuit hun realiteit. Denk ook aan de late sluiting van kapperszaken en ‘de poetsvrouw kan beneden poetsen’-affaire.  Er zat niemand naast hen aan tafel die een ander perspectief binnen kon brengen.  Ik hou mijn hart vast voor de organen die zich over de enorme relancebudgetten zullen buigen. Laten we dus allemaal samen, tous ensemble, deze crisis aanpakken. Of we blijven verbaasd achter omdat een deel van onze samenleving zich opnieuw vergeten waant.

 

Lotte Stoops, Brussels Parlementslid

 

Deze opinie van Lotte verscheen ook op de website van De Morgen.

Reacties